Na de uitvaart

(Deze pagina is voor naslag hier te downloaden)

Na een uitvaart moet er nog veel gebeuren, veel papierwerk, financiele zaken, opzeggingen etc. Vaak duurt het een jaar voordat alles zo'n beetje afgewerkt is.Onderstaande lijst is niet compleet maar omvat wel de meest voorkomende zaken.

Administratieve afwikkeling

Een aantal zaken moet meteen gebeuren:

  • Ga na of er een testament of codicil is van de overledene. De aanwezigheid van een testament controleert u via de notaris of zelf via het Centraal Testamentenregister. Het codicil, een handgeschreven document, voorzien van datum en handtekening door de overledene, kan thuis of bij de notaris in de kluis liggen. Deze documenten zeggen iets over de laatste wens van de overledene met betrekking tot de uitvoering van de uitvaart, hoe de erfenis is geregeld, hoe de nalatenschap afgewikkeld moet worden en door wie.
  • Vindt u niets terug over de uitvaartwensen in het codicil of testament, ga dan na of de overledene elders de uitvaartwensen heeft laten vastleggen. Bijvoorbeeld in een uitvaart wensenformulier bij een uitvaartverzekeraar, -vereniging of -verzorgingsbedrijf.
  • Voor de betaling van de uitvaart is het van belang om te weten of er een uitvaartvoorziening bestaat. Dat kan zijn een uitvaartverzekering in geld of natura of een deposito bij een uitvaartverzorgingsbedrijf.
  • Voor de officiële afwikkeling van een aantal financiële zaken zoals bij de bank, pensioenfonds, etc. is veelal een verklaring van erfrecht noodzakelijk. U kunt deze bij de notaris opvragen. Vaak volstaat een akte van overlijden. U krijgt minimaal 1 exemplaar van ons na de uitvaart. Als u vantevoren al weet dat u er meerdere nodig heeft, kunnen wij die ook direct voor u verzorgen. Extra exemplaren zijn altijd te verkrijgen bij de gemeente.
  • De bank moet schriftelijk op de hoogte gesteld worden van het overlijden. De rekening wordt standaard geblokkeerd, ook als u alleen maar in een telefoontje aangeeft dat de rekeninghouder is overleden! U kunt een brief sturen – inclusief een verklaring van erfrecht en/of een akte van overlijden – met de gegevens erop van de rekeningnummers die de overledene gebruikte. Soms is ook een kopie van een trouwboekje of samenlevingscontract nodig. De banken werkt meestal wel mee aan betaling van de uitvaart van de geblokkeerde rekening.
  • Licht de werkgever of uitkerende instantie van de overledene in. Dat kan via de rouwbrief met de werknemersgegevens van de overledene. Neem zo nodig contact op met de instelling over hun werkwijze. Bij de werkgever of uitkerende instantie kunt u wellicht een overlijdensuitkering (minimaal een maand salaris of uitkering) aanvragen. Als nabestaande van de overledene waarmee u als partner een gemeenschappelijke huishouding voerde, kunt u in aanmerking komen voor een overlijdensuitkering van 1 tot maximaal 3 keer het maandsalaris of de maandelijkse uitkering. Voorwaarde is dat uw partner een sociale uitkering en/of een inkomen uit loondienstverband genoot.
  • Licht de betreffende pensioenfondsen in. Als u niet weet of er een pensioenfonds is of welke u moet benaderen kun u dat navragen via www.duidelijkpensioen.nl.
  • Zijn er lopende schulden en verplichtingen? U kunt de erfenis onder voorbehoud aanvaarden of zelfs weigeren, raadpleeg de griffie van de Arrondissementsrechtbank.

Minder spoedeisende zaken:

  • Is er extra ondersteuning nodig in de vorm van een aanvullende sociale uitkering? Informeer bij de Sociale dienst van de gemeente of het regiokantoor van de Sociale Verzekeringsbank.
  • Denk aan het regelen van zaken op gebied van het huis en zaken rondom kinderen en huishouding. Moet er iets veranderd worden?
  • U heeft een inventarisatie nodig van automatische afschrijvingen en creditcards, en zult deze eventueel moeten opzeggen.
  • Het kan zijn dat de overledene een uitkering ontving in het kader van de Ziektewet (ZW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO) of de Werkloosheidswet (WW). In dat geval moet de uitkerende instantie over het overlijden geïnformeerd worden.
  • U zult na moeten gaan met welke instanties en organisaties de overledene contact had. Om te voorkomen dat u nog lang post voor hem/haar krijgt, dient u ze te informeren over het overlijden. Denk daarbij aan ziekenfonds, abonnementen, lidmaatschappen, (sport)verenigingen, kerk et cetera. Om erachter te komen met welke instellingen de overledene contact had, kunt u het bank- of giroboekje en/of de agenda van de overledene doorlopen.
  • Als er niemand op het adres van de overledene achterblijft, kan het handig zijn de post door te laten sturen naar een nabestaande op een ander adres. Met de nabestaandenservice van TNT Post is dat mogelijk.
  • Diverse verzekeringen kunnen wellicht opgezegd worden of moeten – in naamstelling – aangepast worden. Denk daarbij aan de WA-verzekering (Wettelijke Aansprakelijkheid) en levensverzekering, maar ook aan de brand/inboedelverzekering of reisverzekering.
  • De boedel moet misschien geïnventariseerd of getaxeerd worden. Mogelijk is er een bankkluis. Zijn er effecten of onroerende goederen? De boedel moet worden verdeeld, soms het huis ontruimd. Er zijn gespecialiseerde bedrijven die u kunnen helpen bij het leegruimen van het huis.
  • Was de overledene drager van een koninklijke onderscheiding? Dan dienen de versierselen na zijn of haar dood teruggestuurd te worden aan de Kanselarij der Nederlandse Orden. Als de nabestaanden het lintje toch graag in hun bezit willen houden, dan is het mogelijk het in bruikleen te krijgen tegen betaling van een waarborgsom. Kijk voor meer informatie op www.lintjes.nl onder veelgestelde vragen. Militaire onderscheidingen hoeven over het algemeen niet teruggestuurd te worden, zij gaan over op de erfgenamen. Zie het Handboek onderscheidingen van het ministerie van Defensie voor meer informatie.

Alle overheidinstanties (o.a. de belastingdienst) worden automatisch op de hoogte gebracht nadat het overlijden in de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) is verwerkt. Dit gebeurt op het moment dat wij voor u aangifte doen van overlijden bij de gemeente.